De wieken vangen de wind op
Elke moderne windturbine heeft meestal drie grote bladen die wieken worden genoemd. Deze bladen zijn speciaal gemaakt om de wind zo goed mogelijk te benutten. Wanneer het hard genoeg waait, vangt de vorm van de wieken de wind op. Daardoor gaan de wieken draaien. Hoe harder het waait, hoe sneller de bladen rondgaan. Het mooie is dat zelfs bij een zachte bries de wieken vaak al in beweging komen. De hoogte van een windmolen zorgt ervoor dat de bladen hoog in de lucht zitten, waar de wind meestal sterker is dan vlak bij de grond. Met hun lengte vangen de bladen veel wind, waardoor ze energie uit de lucht kunnen halen.
Als de wieken draaien, gebeurt er iets interessants in het bovenste deel van de windmolen, de gondel genoemd. Hier zit een speciale as die met de bladen meedraait. Deze as is verbonden met een generator. De generator is het onderdeel dat het draaien van de as verandert in elektriciteit. Je kunt het een beetje vergelijken met een fietsdynamo: daar zet het draaien van het wiel ook beweging om in licht. In een windturbine werkt het op grote schaal. Hoe sneller de as draait, hoe meer stroom de molen maakt. In de gondel zitten ook computers die ervoor zorgen dat de wieken altijd in de juiste richting staan om zoveel mogelijk wind te vangen.
De reis van de stroom naar je huis
Nu de windturbine elektriciteit heeft opgewekt, moet deze stroom nog naar huizen en bedrijven worden gebracht. Dit gebeurt via dikke kabels onder de grond. De stroom uit een windmolen is meestal bruikbaar voor het gewone stopcontact, maar soms moet het eerst worden omgezet naar de juiste spanning. Daarna gaat de elektriciteit via het netwerk naar woningen, winkels en scholen. Windenergie is veel schoner dan stroom uit gas of kolen. Er komen namelijk geen schadelijke stoffen vrij wanneer de molen draait. Daarom zijn windparken populair bij mensen die letten op het milieu en schone lucht.
Voordelen van windenergie voor Nederland
In Nederland zorgt windkracht samen met de zon voor bijna de helft van alle groene elektriciteit. Windturbines staan zowel op het land als op zee. Vooral op zee kunnen windparken heel groot zijn, omdat er veel ruimte is en het bijna altijd stevig waait. Nederlandse technologie loopt vaak voorop bij het bouwen van grote, sterke molens. Moderne windmolens hebben weinig onderhoud nodig en ze leveren snel meer energie op dan er voor hun bouw is gebruikt. Na ongeveer zes maanden draaien heeft een windturbine de energie die nodig was voor de bouw alweer teruggeleverd als groene stroom. Daarna blijft de molen nog jarenlang gratis schone energie maken. Ook gemeenten of groepen mensen werken steeds vaker samen en investeren samen in windprojecten.
Veelgestelde vragen over hoe werkt een windmolen
- Hoe wordt de richting van de wieken bepaald?
De richting van de wieken wordt automatisch aangepast met computers en sensoren, zodat ze altijd goed in de wind staan en de meeste energie kunnen opwekken.
- Kunnen windturbines ook met weinig wind draaien?
Windturbines hebben vaak genoeg aan een matige wind om te draaien, maar bij heel weinig wind blijven ze soms stil staan omdat er dan niet genoeg energie kan worden gemaakt.
- Hoe groot is een gemiddelde windmolen?
Een moderne Nederlandse windturbine is vaak meer dan honderd meter hoog, met wieken die ieder ongeveer vijftig meter lang zijn.
- Zijn windmolens ook veilig voor vogels?
Bij het plaatsen van windmolens wordt goed gekeken naar gebieden waar veel vogels voorkomen. Door onderzoek en betere technieken worden windmolens veiliger gemaakt voor vogels.
- Wat gebeurt er als het niet waait?
Als er geen wind is, maakt een windturbine geen stroom. Dan wordt elektriciteit uit andere bronnen gebruikt, zoals zon, water of opslag uit batterijen.



