oost-indische kers

Oost-Indische kers in je tuin geeft kleur, geur en smaak

Oost-Indische kers is een makkelijke plant die snel groeit en veel kleur geeft. Je herkent hem aan de grote, ronde bladeren en de fel oranje of gele bloemen. Deze plant komt van oorsprong uit Zuid-Amerika, maar groeit ook goed in Nederlandse tuinen. Veel mensen kiezen ervoor om deze plant in de tuin te zetten vanwege de mooie bloemen, maar ook omdat hij eetbaar is. Zowel de bladeren, bloemen als zaden kun je gebruiken in de keuken. De plant trekt weinig ziektes aan en groeit zelfs op arme grond. Daardoor is het een fijne keuze voor mensen die net beginnen met tuinieren of een vrolijke blikvanger zoeken.

Waar en wanneer plant je Oost-Indische kers

Deze plant houdt van zon. Hoe meer zonlicht, hoe beter hij groeit. Je kunt hem dus het best op een zonnige plek in je tuin zetten. Oost-Indische kersen doen het goed in gewone tuingrond. Bemesting is niet nodig. Sterker nog, als de grond te rijk is, krijg je meer bladeren dan bloemen. Vanaf eind april kun je de zaden direct buiten in de grond stoppen. Als je eerder begint, bijvoorbeeld in maart, kun je de zaden eerst binnen laten ontkiemen. Je zet ze dan na half mei buiten, zodra het niet meer vriest. De plant groeit snel. Vaak zie je al na een paar weken de eerste bloemen verschijnen. Hij blijft bloeien tot de eerste nachtvorst.

Verschillende soorten en vormen

Er zijn veel soorten Oost-Indische kersen. Sommige blijven laag en zijn geschikt als bodembedekker. Andere soorten zijn juist klimmend en doen het goed langs hekjes of rekken. Zo kun je kiezen welke vorm het beste past bij jouw tuin. De bloemen komen in verschillende kleuren voor. Geel, oranje en rood zijn het meest bekend. Sommige soorten hebben zelfs gevlamde bloemen. Je kunt Oost-Indische kersen dus makkelijk combineren met andere planten in je tuin. Omdat hij snel groeit, is het ook een goede manier om kale stukken grond snel op te vullen. De plant vormt vaak een dichte deken van bladeren en bloemen.

Gebruik in de keuken

Niet alleen het uiterlijk van de Oost-Indische kers is bijzonder, ook de smaak is opvallend. De bloemen smaken een beetje pittig, bijna als radijs. Je kunt ze gebruiken in salades of op brood. De bladeren zijn ook eetbaar en smaken licht pittig. Ze zijn lekker op een boterham met kaas of in een zomerse salade. De zaden kun je inmaken als een soort kappertjes. Dit doe je door de zaden te verzamelen, schoon te maken en in azijn te leggen. Zo heb je een lekkere en bijzondere smaakmaker in de keuken. Let er wel op dat je de bloemen en bladeren het liefst vers gebruikt. Pluk ze vlak voor je ze nodig hebt.

Zorgen voor een lange bloei

Om zo lang mogelijk van Oost-Indische kersen te genieten, is het slim om uitgebloeide bloemen regelmatig weg te knippen. Dit heet ‘deadheading’ en zorgt ervoor dat de plant nieuwe bloemen blijft maken. Geef de plant water als het lange tijd droog is. Hoewel hij goed tegen droogte kan, bloeit hij beter als de grond een beetje vochtig blijft. Als je merkt dat de bladeren slap gaan hangen, is het tijd om water te geven. Let er ook op dat de plant genoeg ruimte heeft. Hij groeit snel en kan andere planten gaan overwoekeren als je hem niet op tijd in toom houdt. Vooral de klimmende soorten willen nog weleens een eigen weg zoeken.

Zaadjes oogsten en bewaren

Aan het eind van de zomer zie je dat de bloemen veranderen in groene zaadjes. Laat deze aan de plant zitten tot ze bruin en hard worden. Dan kun je ze makkelijk oogsten. Laat ze goed drogen voordat je ze opbergt. Bewaar de zaadjes op een droge, donkere plek, bijvoorbeeld in een papieren zakje in een keukenkastje. Zo blijven ze tot het volgende voorjaar goed. Op die manier kun je elk jaar opnieuw genieten van deze kleurrijke en handige plant, zonder steeds nieuwe zaden te kopen. En als je te veel zaden hebt, kun je ze ook cadeau geven aan vrienden of familie. Zo maak je anderen ook blij met deze vrolijke plant.

Scroll naar boven