Komkommers zijn populair in de moestuin. Ze groeien snel, smaken fris en zijn lekker in salades of op brood. Je kunt ze goed zelf kweken, ook als je weinig ervaring hebt met tuinieren. Het leuke is dat je de planten zowel binnen als buiten kunt opkweken. Ze houden van warmte en groeien goed als je ze op de juiste manier verzorgt. Met een beetje aandacht heb je in de zomer vaak meer dan genoeg komkommers om uit te delen of in te maken.
Zaadjes kiemen en jonge plantjes opkweken
De meeste mensen starten met komkommers uit zaad. Zaai de zaadjes in het voorjaar, rond april, in kleine potjes met potgrond. Zet de potjes binnen op een warme plek, bijvoorbeeld bij een raam op het zuiden. Na een paar dagen zie je al groene sprietjes verschijnen. Laat de jonge plantjes rustig groeien tot ze twee of drie blaadjes hebben. Zorg dat de grond vochtig blijft, maar geef niet te veel water. Als de plantjes groter worden, kun je ze verpotten naar een grotere pot of in de volle grond zetten. Doe dit pas als de kans op nachtvorst voorbij is.
Een goede plek voor je komkommerplant
Komkommers houden van zon en warmte. Kies dus een plek in de tuin waar veel zonlicht komt. Je kunt ze ook in een kas zetten, daar groeien ze vaak nog beter. De planten klimmen graag omhoog, dus een rek of een hekwerk is handig. Op die manier blijven de vruchten schoon en krijgen ze meer licht. Plant je de komkommers buiten? Zorg dan dat ze uit de wind staan. Zet ze niet te dicht bij elkaar. Tussen de planten moet genoeg ruimte zijn zodat er lucht tussen kan stromen. Zo voorkom je dat de bladeren snel nat blijven en er schimmel ontstaat.
Water geven en voeden tijdens de groei
Komkommers hebben veel water nodig. Vooral op warme dagen moet je goed opletten dat de grond niet uitdroogt. Geef liever ’s morgens water dan ’s avonds. Dan droogt het blad sneller op en is de kans op ziektes kleiner. Gebruik een gieter met een tuit en geef het water bij de wortels. De plant houdt van voedzame grond. Je kunt daarom af en toe wat plantenvoeding geven, speciaal voor groenteplanten. Zo blijft de plant sterk en krijg je meer vruchten. Als je de onderste bladeren af en toe weghaalt, komt er meer lucht en licht bij de plant.
Zo herken je wanneer je kunt oogsten
Na een paar weken groeien er kleine komkommertjes aan de plant. Als ze zo’n twintig centimeter lang zijn, kun je ze oogsten. Wacht niet te lang, want dan worden ze bitter of te dik. Snijd de komkommer met een scherp mesje los, dan beschadig je de plant niet. Hoe vaker je oogst, hoe meer nieuwe vruchten de plant maakt. Als je te lang wacht, stopt de plant soms met nieuwe komkommers . Het is dus goed om regelmatig te kijken of er iets te oogsten valt. De meeste planten blijven produceren tot eind augustus of begin september.
Veel voorkomende problemen en oplossingen
Soms krijg je komkommerplant gele bladeren of bruine vlekjes. Dit komt vaak door te veel water, te weinig voeding of te weinig licht. Kijk goed waar je plant staat en pas het water aan. Ook kunnen er bladluizen of slakken op de plant komen. Bladluizen kun je wegspoelen met water of verwijderen met de hand. Slakken kun je vangen met een val of je kunt koffiedik rondom de plant strooien. Let ook op schimmel, vooral als het veel regent. Een luchtige standplaats helpt om dit te voorkomen. Als je snel ingrijpt bij problemen, red je de plant vaak nog.
Met de juiste zorg en een beetje geduld kun je dus veel plezier hebben van je eigen komkommerplanten. Ze zijn niet moeilijk te kweken en geven vaak een rijke oogst. Zeker in de zomer kun je er elke week wel een paar van plukken. Zo heb je altijd verse komkommers bij de hand.



