Komkommers groeien vaak in een kas, maar ook buiten in de tuin doen ze het goed. Je hebt er niet veel voor nodig. Een zonnige plek, goede aarde en wat aandacht zijn voldoende om zelf heerlijke komkommers te telen. Ze groeien snel, maken lange ranken en geven een mooie opbrengst. Als je weet waar je op moet letten, kun je ze met plezier buiten kweken. Ook kinderen vinden het leuk om te zien hoe uit een klein plantje zo’n lange vrucht groeit.
Een goede start met zaaien of planten
Je kunt komkommers zelf zaaien of jonge plantjes kopen. Zelf zaaien doe je binnen in april of mei. Gebruik kleine potjes met potgrond. Leg één zaadje per potje en zet ze op een warme plek, bijvoorbeeld op de vensterbank. Na twee tot drie weken zie je de eerste blaadjes. Als er drie blaadjes zichtbaar zijn, mogen ze afharden. Dat betekent dat je ze elke dag even buiten zet om te wennen. Vanaf half mei mogen de planten echt naar buiten, want dan is de kans op nachtvorst voorbij. Plant ze op een warme, beschutte plek in de volle grond of in een grote pot.
De juiste plek en bodem kiezen
Komkommers houden van zon. Kies dus een plek waar het minstens zes uur per dag zonnig is. Ze hebben ook beschutting nodig tegen wind. Een plekje tegen een muur of schutting werkt goed. De bodem moet los en voedzaam zijn. Spit de grond goed om en meng er compost of oude mest doorheen. Komkommers hebben veel voedingsstoffen nodig om goed te groeien. Je kunt ook planten in een grote pot van minimaal tien liter. Zorg dan wel voor goede afwatering, zodat de wortels niet in het water staan.
Zo begeleid je de groei van je plant
Komkommerplanten maken lange ranken. Als je deze niet begeleidt, kruipen ze over de grond. Dat ziet er rommelig uit en maakt de kans op rot groter. Het is beter om de plant omhoog te laten groeien. Gebruik bijvoorbeeld een rek, bamboestokken of een klimnet. Bind de plant voorzichtig vast met touw of speciale plantclips. Haal de eerste zijscheuten weg zodat de plant omhoog blijft groeien. Vanaf juni beginnen ze met bloeien. De bloemen veranderen daarna in kleine komkommers. Pluk de komkommers als ze nog frisgroen en stevig zijn. Dan zijn ze het lekkerst.
Water, voeding en verzorging
Komkommers hebben veel water nodig. Geef ze regelmatig water, vooral als het warm is. Het liefst ’s ochtends of laat in de middag, zodat het water niet te snel verdampt. Probeer de bladeren zo min mogelijk nat te maken, want dat voorkomt schimmel. Geef ook voeding tijdens het groeiseizoen. Gebruik bijvoorbeeld vloeibare plantenvoeding voor groenteplanten. Als je elke twee weken een beetje geeft, groeit de plant beter. Let ook op ziektes zoals meeldauw of luis. Verwijder aangetaste bladeren en spoel luizen weg met water of een mengsel van water en zachte zeep.
Oogsten en bewaren van je komkommers
Na zes tot acht weken kun je meestal al de eerste komkommers oogsten. Snijd ze af met een scherp mesje of een schaar. Trek niet aan de plant, want dan kun je de wortels beschadigen. Pluk de vruchten als ze tussen de 15 en 25 centimeter lang zijn. Als je te lang wacht, worden ze geel en smaken ze minder goed. Vers geoogste komkommers kun je het beste binnen een paar dagen opeten. Bewaar ze buiten de koelkast op een koele plek. Wil je komkommers langer bewaren, dan kun je ze ook inmaken als zoetzure augurk.
Buiten komkommers kweken is niet moeilijk als je het stap voor stap aanpakt. Met een goed begin, een zonnige plek en wat aandacht voor water en voeding, haal je veel plezier uit je eigen oogst. Het is een leuke manier om te tuinieren, zeker in de zomer. Je ziet snel resultaat en hebt er niet veel ruimte voor nodig. Dat maakt het ook geschikt voor kleine tuinen of een balkon. Zo geef je jezelf een frisse oogst uit eigen tuin.



